De Europese Douane Unie bestaat vandaag een halve eeuw (is wel/geen feest)

Laat die kurken maar knallen: vandaag bestaat de European Customs Union vijftig jaar. Leuk, maar ook weer niet.

Baal thee
De douane unie is een stap op weg naar volledige economische integratie, nog voor het invoeren van een gemeenschappelijke munt. Er ontstaat dan een vrijhandelszone, waarbij de deelnemers afspreken producten uit het buitenland tegen een gemeenschappelijk tarief te belasten. Daardoor kunnen de binnengrenzen in principe open, wat logistiek gezien natuurlijk gewoon erg praktisch is. 

Een baal thee wordt met 23 procent belast, een paar lederen schoenen met 17 procent en voor dierlijke producten kan het tarief oplopen tot 104 procent. Vraag niet waarom de tarieven op dat niveau liggen. Het is niet mogelijk om een Amerikaans of Japans product goedkoper in te voeren door gebruik te maken van lagere tarieven in een buurland van Nederland, het elimineren van die verschillen ligt aan de basis van een douane unie.  

Het filmpje staat bol van Europees enthousiasme, daar is geen twijfel over. Maar is die Europese economische integratie wel zo'n feest? Er staan drie feitelijke onjuistheden in het filmpje, of anders gezegd: stellingen die wat nuance behoeven.

1. Er is geen bescherming tegen interne oneerlijke concurrentie
De EU beschermt de gehele interne markt tegen externe oneerlijke concurrentie. Dat is een twijfelachtig standpunt, want als de EU als collectief een verdrag sluit met een land waar productiemethoden worden gebruikt die in het Europese collectief zijn verboden, dan worden alle Europese producenten benadeeld. Wel zouden we dan kunnen zeggen dat die allemaal even hard worden gepakt, wat ook wel weer eerlijk aandoet. Laten we dat met een voorbeeld verduidelijken. 

Uitwerpselen als veevoer
De tilapia-filets die u bijvoorbeeld bij de Albert Heijn haalt ('vers') komen uit Vietnam, waar de EU als collectief een paar jaar geleden een vrijhandelsakkoord mee heeft gesloten. De Vietnamese tilapia krijgt menselijke uitwerpselen als voedsel. 

De Europese normen voor voedselveiligheid verbieden onder alle omstandigheden dat uw eten in een riool wordt geproduceerd. Alleen is dit nadeel er een die door de hele EU even hard wordt gevoeld. Maar ook binnen de EU is er sprake van verschillen in regelgeving: een Poolse trucker kent een ander salarisgebouw dan zijn Nederlandse collega. Daarom staan lonen, net als andere randvoorwaarden voor ondernemers, sinds de toetreding van Oost-Europese landen ernstig onder druk.

Zo lang de douane unie een huwelijk is tussen landen met sterk uiteenlopende wetgeving, is er juist geen garantie dat ondernemers beschermd worden tegen oneerlijke concurrentie. 

2. CETA zorgt voor goedkope siroop maar ook dure ISDS
Over dat CETA hebben we dit en dit artikel gemaakt. Stroop op de flensjes van uw koter kan tegen 0 procent worden geiïmporteerd uit Canada, juist omdat de EU de wijsheid had dat CETA te tekenen. Daar is wat op af te dingen. CETA regelt inderdaad dat tarieven over en wanneer zo goed als verdwijnen. Mooi toch?

Nu hadden de EU en Canada allang een verdrag getekend waarbij die tarieven op nul werden gezet: nu worden ze juridisch afgeschaft. Feitelijk verandert er dus niks, want die handelsbelemmerende tarieven (feitelijk een belastingopbrengst voor de overheid van het land waar de inkopende partij woont) bedroegen vorig jaar opgeteld 0,003 procent van het BNP van Canada en de EU opgeteld. Er is een probleem opgelost dat sinds het tekenen van het vorige verdrag (1976) niet meer bestond. Waarom was CETA dan nodig?

Met CETA krijgen we ook het geschillensysteem ISDS erbij, wat neerkomt op het risico dat Amerikaanse en Canadese bedrijven Nederland kunnen aanklagen als onze milieuregels schade berokkenen. Een voorbeeld is de verplichting om waarschuwende teksten op pakje sigaretten te plaatsen. Dan gaat de omzet van Phillip Morris omlaag, ISDS geeft de mogelijkheid om deze schade te verhalen op de Nederlandse belastingbetaler. Leuk dat die stroop een paar cent goedkoper is, de vraag of dat opweegt tegen de risico's van ISDS is maar de vraag. 

3. De uitbreiding naar het Zuiden en Oosten maakt juist onveiliger
Die Europese douane unie begint een beetje groot te worden. De harmonisatie van regels (zo heet dat) wordt steeds complexer, als er meer landen bij de club komen die ook nog eens steeds meer van elkaar verschillen. In eerste instantie werkte Nederland samen met de andere Benelux-landen, Duitsland, Frankrijk en Italië. Die EEG was een duidelijke reactie op de Oorlog.

Inmiddels is dat Europese project wat ambitieuzer opgezet. Landen als Letland, Bulgarije, Oekraïne en Turkije zijn de facto in het warme bed van onze douane unie gekropen. De EU gaat verder uitgebreid worden met Albanië, de thuishaven van menig mensensmokkelaar. De vraag stellen of dat ons veiliger maakt is hem beantwoorden.

Net zoals we bij het monetaire aspect hebben besproken, kent de EU wel de ambitie om te integreren, terwijl het aan de politieke wil ontbreekt om de kiezer duidelijk te maken wat de consequenties zijn. Die spagaat is een broeinest van problemen die levensbedreigend zijn voor het Europese project. Een douane unie vergt dat burgers in landen in het centrum bereid zijn om te betalen voor gemeenschappelijke bewaking aan de grenzen, met name in Griekenland. Dat gevoel van solidariteit is er niet, maar de noodzaak ervan wel. 

Leuk, een halve eeuw douane unie. Inmiddels hebben we te maken met een gecombineerde monetaire- en vluchtelingencrisis, enkel het gevolg van de genoemde spagaat. Het is maar zeer de vraag of we zo het volgende decennium gaan halen.